Biodiversiteit is haast een modewoord geworden. Veel mensen hebben hart voor de natuur en zijn er daarom voorstander van om de biodiversiteit te versterken. Maar biodiversiteit is noodzakelijk om onze leefomgeving robuust te houden (of te herstellen). De meeste mensen kennen het begrip voedselweb nog wel uit hun biologielessen.
Maar het gaat verder, levende organismen hebben veel meer interactie met elkaar dan alleen eten of gegeten worden. Bodemorganismen bevorderen de vruchtbaarheid en de structuur van de bodem waardoor planten er beter in groeien. Schimmels hebben een enorm wijdvertakt dradennetwerk dat meer dan honderd meter uitgestrekt kan zijn. Dit netwerk werkt vaak samen met planten. Planten leveren suikers aan de schimmels en de planten ontvangen voedingstoffen als stikstof en fosfor (mycorrhiza). Veel insecten zijn voor hun voortplanting volledig afhankelijk van bepaalde waardplanten. Wanneer er veel verschillende soorten organismen en in voldoende aantal aanwezig zijn, kunnen kwetsbaarheden opgevangen worden zoals weersomstandigheden, veranderend voedselaanbod, klimaatverandering en ziektes.
Het versterken van de biodiversiteit zal op alle niveaus moeten: globaal, Europees, landelijk, regionaal, gemeentelijk en zelfs op tuinniveau. Op landelijk niveau kan dit door een ander landbouwbeleid, waterhuishouding, landinrichting en natuurbeleid.
Verandering in landbouw en veeteelt zijn niet op gemeentelijk niveau te sturen, behalve via beperkte subsidies. De omgevingsvisie die we als gemeente Texel maken, kan wel een toekomstbeeld schetsen waar we heen willen. Op gemeentelijk niveau kunnen we verder veel bereiken op de korte termijn.
De natuur wordt erg gesteund door het verbinden van verschillende gebieden. ’Lijnvormige verbindingselementen’. En daar hebben lokale overheden er veel van. Bermen, beplanting langs wegen, sloten en slootkanten. Gesubsidieerde akkerranden kunnen hier ook bij gerekend worden. De kwaliteit van deze elementen kan enorm verbeterd worden. Maaibeleid kan aangepast worden zodat niet elke plek op een vaste manier gemaaid wordt. Natuurtechnisch maaien, gefaseerd maaien en sinusmaaien zijn begrippen die hierbij horen. Dit geldt ook voor slootkanten en op Texel ook voor niet agrarische graslanden zoals bij de IJzeren Kaap.
Wanneer er gezaaid en geplant wordt, is het belangrijk niet alleen inheems materiaal te gebruiken maar vooral streekeigen materiaal. Veel zaden komen uit lagelonenlanden. Veel zaaigoed voor zomereiken komt uit landen als Bulgarije dat vervolgens in Hollandse boomkwekerijen wordt opgekweekt. Dan planten we dus eigenlijk Bulgaarse eiken. En die zijn dus aangepast aan Bulgaarse omstandigheden qua bodem, klimaat en weersomstandigheden, ook aan het lokale mycorrhiza. Je moet kijken op populatie niveau, niet op soort niveau. Dus voorrang aan Noord Hollands, of nog beter Texels DNA. Bij aanleg van bermen kan kruidenrijk hooi uit natuurgebieden gebruikt worden om de berm een kruidenrijke start te geven. Wanneer we in de bebouwde kom sierwaarde willen realiseren is het belangrijk ook de ecologische waarde te wegen.
In het groenbeheerplan dat volgend jaar aan de orde komt, inclusief het groenbeleid, wordt dit uitgewerkt. Dat vloeit voort uit het coalitieakkoord. En als dat onvoldoende uit de verf komt, zullen we het voorstel stevig amenderen.
In je eigen tuin is “tegels wippen” een noodzakelijk begin. Het planten van inheemse struiken en heesters die in het voorjaar insecten helpen aan voedsel en in het najaar en winter met bessen en zaden. Denk aan vlier, lijsterbes, Gelderse roos, meidoorn en botanische rozen. Inheemse streekeigen vaste planten en eenjarige planten kunnen bijna het jaar door insecten van voedsel voorzien. Een plantenlijst met typische Texelse planten is te vinden op https://www.npduinenvantexel.nl/55030/tuinen-van-texel/plantenlijst
De insectenhotels die je kunt kopen hebben vooral “sierwaarde”. Maar voor weinig geld maak je er zelf een: https://www.natuurmonumenten.nl/nieuws/insectenhotels-maken-met-boswachter-mathiska
Een klein vijvertje wordt door veel dieren erg gewaardeerd en wanneer je toch bezig bent: denk aan de egelsnelweg.