Na het eerste van de vier jaar zittingsperiode zou je kunnen zeggen: een kwart van de programmapunten is bereikt. Maar zo werkt het natuurlijk niet: een nieuw college moet zich inwerken, en in een bestuurlijke wereld hebben concrete maatregelen altijd eerst het maken van plannen nodig. Toch is er het nodige tot stand gebracht: er zijn nieuwe regels voor toeristisch verblijf, het duurzaamheidsfonds gaat van start, Texelaars hebben zich uitgesproken over de omgevingsvisie.

Zonder op het belang van dit lijstje af te dingen wil Kieft eerst iets kwijt over het hebben van ambities en wat je in de praktijk van het besturen kunt realiseren. ‘Ik werk op basis van het coalitieakkoord, en probeer dat zo veel mogelijk accent te geven met de onderwerpen die ons verkiezingsprogramma centraal stonden: sociaal sterk en veerkrachtig, slim en geloofwaardig klimaatbeleid, leefbaar toerisme en Texel biodiversiteitseiland. De meeste van die onderwerpen, sociaal domein en verkeer uitgezonderd, zitten ook in mijn portefeuille, ik ben daar volop mee bezig en kiezers kunnen me daar ook op aanspreken. Tegelijk geldt dat je niet zomaar de knop om kunt opzetten. Als nieuw college heb je een erfenis van je voorgangers, er zijn veel beleidsopvattingen en structuren gebaseerd op wat indertijd goed werd gevonden. Zo is het ruimtelijk beleid in het buitengebied meer dan 10 jaar oud, en in de afweging landschap-wonen vind ik die laatste nu duidelijk belangrijker. Maar het duurt al gauw een paar jaar voor je die voorkeur in nieuw beleid en nieuwe structuren hebt vastgelegd. Het tempo van verandering zou ik graag veel sneller zien, en tegelijk snap ik dat dat niet zomaar gaat. Elke dag met je vuist op tafel slaan werkt niet, je moet selectief en zorgvuldig zijn op welke onderwerpen je de strijd aangaat.’

Ook de verhoudingen binnen de coalitie spelen een rol. ‘PvdA en GroenLinks vinden elkaar meestal  vrij gemakkelijk, overigens niet altijd, en hebben beide een wat verder-liggende visie op waar het op Texel naar toe moet. Texels Belang reageert vooral per onderwerp vanuit wat zij als het belang van Texel ziet. Dat maakt dat je als college dingen soms minder scherp kunt neerzetten dan je vanuit je eigen achtergrond zou wensen. Dat is nu eenmaal de essentie van samenwerken in een coalitie’       

Duurzaam inkopen en aanbesteden

Om toch naar de resultaten te gaan, neem het onderwerp duurzaam inkopen en aanbesteden. Stond in het coalitieprogram, maar hoe krijgt dat handen en voeten? En dan blijkt dat de gemeenteraad deze maand beslist over het voorstel van het college, lees Kieft, om enkele gemeentevoertuigen, bestelwagens en zo, te elektrificeren. Kieft: ‘Ik heb wel eens gezegd: wat je van de burger verlangt, moet je als organisatie ook zelf doen. Maak duurzamer keuzes maken als je toch gaat investeren. We maken er nu een grote klapper mee, het is ook iets dat binnen de organisatie wordt gedragen. En we werken nu aan een organisatie-breed actieprogramma om bij steeds meer inkoop te kijken hoe we kunnen verduurzamen.’

Voortgang is er ook bij het nieuwe Texelse duurzaamheidsfonds. ‘We zoeken daarin vooral naar wat andere fondsen niet doen: we voegen iets toe voor mensen die het het hardste nodig hebben. Eind dit jaar ligt er een concreet voorstel.’

Taboe op duurzame energie

Over duurzaamheid gesproken, voor GroenLinks was dit een van de lastigste onderwerpen in het coalitieakkoord. Daarin staat dat er op Texel de komende vier jaar geen grote windturbines en geen zonneweides komen. Zowel Kieft als de gemeenteraadsfractie van GroenLinks zijn daarop veelvuldig en scherp aangevallen, overigens vooral door partijen die zelf helemaal niks willen met duurzame energieopwekking. Een burgerberaad op de energievoorziening zou een uitweg moeten bieden uit de politieke impasse. Hoe kijkt Kieft er nu tegenaan? ‘Er is inmiddels wel iets veranderd. Ook op Texel hebben we te maken met netcongestie, het elektriciteitsnetwerk kan nieuwe grootverbruikers helemaal niet meer aan. Eigen energieopwekking op het eiland is daarmee veel urgenter geworden. Uit onderzoek is nu gebleken dat Texel in de toekomst een tweede kabel naar het vasteland nodig heeft, maar het zal minstens tien jaar duren voordat die er is. We hebben dus de keuze: staat het eiland straks jaren op slot, of gaan we aan de slag met slimme oplossingen: opslag, opwek, smart grid en wat al niet meer. Vinden we dat het landschap voor alles gaat, of willen we ook (elektriciteits)ruimte voor ondernemers, woningbouw en dergelijke. Ik wil dat een Texelse taskforce dat gaat uitwerken, en met de resultaten daarvan kan het burgerberaad aan de slag. We staan dus minder stil dan het op het eerste gezicht lijkt.’

Ophef over regels voor verblijfsrecreatie

Een eerste buts op zijn kersverse blazoen liep Kieft op bij de presentatie van het toeristische paraplu bestemmingsplan, met regels voor kamperen bij de boer, Bed & Breakfast en het omzetten van kampeerplekken in huisjes. Niet alleen die regels gaven veel ophef, maar vooral het ontbreken van vroegtijdige betrokkenheid van de toeristische sector, die wel was afgesproken. Kieft moest zich daarvoor in de raad verontschuldigen. Was dit een gewenningsfout? ‘Het plan is voorbereid in een tijd waarin een wethouder was weggestuurd, het college demissionair was en toen ik met de resultaten van het ambtelijke voorwerk werd geconfronteerd, was ik niet voldoende scherp om tegelijk op de noodknop te drukken. Zodra ik me realiseerde hoe de vlag er voor stond heb ik een heel ongebruikelijke procedure voorgesteld, waarbij verderop in het proces de betrokkenheid van de klankbordgroep alsnog is geregeld.’ Kieft verwacht nog de nodige discussies, ‘dat hoort bij het grenzen stellen aan de groei,  maar de betrokkenheid is nu goed geregeld.’

Participatie omgevingsvisie

Inspraak zette Kieft wel centraal in een gedurfde aanpak voor de nieuwe omgevingsvisie die elke gemeente moet gaan opstellen. Die omgevingsvisie bepaalt waar wegen en bouwlocaties komen, welke ruimte natuur en landbouw krijgen, waar zonnepanelen, maar ook hoe we een leefomgeving creëren waarin Texelaars zich thuis voelen. Participatie van de bewoners op het eiland spreekt dan voor zich, en Kieft stelde zich het ambitieuze doel dat zo’n tien procent van de totale Texelse bevolking actief gaat meedoen. Indertijd lokte dat idee de hoon uit van de fractie van de VVD. Die noemde de kosten voor de participatie ‘geld over de balk smijten’. Kieft: ‘Binnenkort komen we naar de gemeenteraad met het tussentijdse resultaat dat is gebaseerd op de inbreng van zo’n achthonderd Texelaars. Die participatie is geen tien procent, maar wel heel fors: bij twee procent doe je het al heel goed.’

Het tussentijds resultaat is vooral bedoeld om te toetsen aan de gemeenteraad. ‘Je wilt niet dat de participatie een heel andere kant uitgaat dan een meerderheid van de raad.’ Daarna volgt een nieuwe participatieronde met meer concrete voorstellen, en dat gebeurt dan in de dorpen met hun omgeving.’ De omgevingsvisie mondt uit in een omgevingsplan, waarin alle bestaande bestemmingsplannen zijn opgenomen. ‘Daarin moeten we belangrijke keuzes maken, bijvoorbeeld over wonen. Gaan we vrijkomende agrarische bebouwing inzetten voor woningen, flexibel, tijdelijk, alternatieve woonvormen, knarrenhoven, woonerven, of wat dan ook? Ik vind dat we daar ruimte voor moeten maken, maar onze huidige regels staan dat in de weg.’

Middenin de stikstofcrisis

Bij het begin van zijn wethouderschap viel Kieft met z’n neus in de stikstofcrisis. Hij voerde keukentafelgesprekken met de Texelse agrariërs. Tegelijkertijd wilde Kieft biodiversiteit op de agenda zetten. ‘Die combinatie bleek op dat moment onmogelijk. Boeren staan in de pauzestand en wachten af waar provincie en Rijk mee komen, en op dat front ligt alles stil.’ Toch laat Kieft die biodiversiteit niet liggen. ‘Ik ben begonnen met gesprekken over de toekomst van ons landschap. Niet bedoeld om de omstandigheden voor de individuele agrariër te maximeren, maar om meerwaarde te creëren voor het eiland als geheel. Dan heb je het over ruimtelijke kwaliteit, groene diensten, voedselproductie, biodiversiteit, werkgelegenheid, aantrekkelijk landschap, dat soort zaken, en allemaal vanuit het gezichtspunt: wat betekent het voor Texel. We nemen zo zelf het initiatief, bemoeien ons niet met de details van de stikstofdiscussie. We willen weten welke kant we uit gaan met het eiland. Bijvoorbeeld via een soort herverkaveling kwetsbare plekken in de duinen verder vrijwaren van welke emissies dan ook en tegelijkertijd boeren die actief blijven zekerheid bieden.’ 

Toeristische toekomst

Een interview met Kieft in het Financiele Dagblad kwam hem op een scherpe reprimande te staan van enkele fracties in de raad. Dit vanwege suggesties van Kieft om de toeristische toestroom in goede banen te leiden, zoals een reserveringssysteem dat ook in Venetië wordt toegepast. ‘Die reprimande, het zij zo.’ Volgens prognoses zal het toerisme in 2030 met 60% groeien ten opzichte van 2017 en de mobiliteit navenant. ‘Dat cijfer liegt er niet om, daar moet Texel iets mee. Zo zijn er ideeën voor een transferium in Den Helder. Maar waar heb je het dan over, hoe groot moet dat zijn: honderd auto’s per dag of vijfduizend een week lang? Ik zie bedrijfjes opkomen die de reis vanuit het vasteland volledig ontzorgen: mensen komen per taxi en 1e klas trein en de bagage ligt op de bestemming. Gaan we dat soort initiatieven stimuleren? Kunnen we het huisvuil van De Hamster uit de vrachtwagens halen en per schip vervoeren? Of toeristen via Den Oever met de boot naar Oudeschild en die veerdienst ook gebruiken voor een deel van de bevoorrading? Voor de leefbaarheid en de kwaliteit van het eiland hebben we dit soort ideeën nodig. Ik zie het als mijn taak om die uit te lokken en er ruimte voor te maken.’